Figuring Planetary Space: Het loslaten van de menselijke maat
Agent of Change – Patricia Reed

De Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam zet een aantal langere onderzoekslijnen uit en heeft daarvoor zogenaamde 'Agents of Change' aangesteld. Deze onderzoekers leggen de focus op de gevolgen en (ruimtelijke) consequenties van een veranderende wereld. Deze Agents of Change krijgen de ruimte om te reflecteren en nader onderzoek te doen naar specifieke thema's en (onderzoeks)domeinen die nog niet in het centrum van de discipline zijn geland om vervolgens de weg naar het publieke debat te kunnen vinden. Zo katalyseren, voeden en vernieuwen ze de architectuur.
Patricia Reed is voor dit onderzoek aangesteld als Agent of Change.
In het project Figuring Planetary Space wordt de cruciale rol van ruimtelijk denken in de vorming van historische wereldbeelden onderzocht. Ook wordt nagegaan hoe ruimtelijke conventies die al eeuwen bestaan, worden ontregeld door pogingen om planetair te denken, dat wil zeggen op de schaal van de aarde als geheel. Daarbij gaat het met name om conventies die bepalen hoe zaken als ‘lokaliteit’ en ‘locatie’ worden gerepresenteerd. In dit historische en theoretische onderzoek wordt de oorsprong van de euromoderniteit herleid tot het architectonisch denken op basis van Vitruviaanse proporties, opgevat als de symbolische index die ten grondslag ligt aan een Grieks-Romeins mensbeeld dat zichzelf als referentiepunt heeft. Dit mondt uit in de gelijktijdige articulatie van de renaissancistische perspectivische ruimte en het filosofisch humanisme. In dit onderzoek, gekaderd als een interdisciplinaire meta-opgave, worden de gevolgen van deze naar de mens zelf verwijzende articulatie van ruimte (zoals die tot uiting komt in het projectieve lineaire perspectief) in kaart gebracht in relatie tot het ontluikende mensbeeld dat zich ontwikkelt ten tijde van de Europese kolonisatie van de Amerikaanse continenten. Door filosoof Sylvia Wynter’s beschrijving van ‘de’ mens als de architect van onze huidige geopolitieke situatie toe te passen op de mediatie van dit zelfbeeld, wordt zichtbaar hoe articulaties en voorstellingen van ruimte kunnen gaan fungeren als cognitieve technologieën die bepalen hoe we ons tot de wereld verhouden en hoe we deze waarnemen.
De ontdekking van de biosfeer (1926) wordt – in ruimtelijke termen – omschreven als een verstoring van de euromoderne ruimte, die een paradigmaverschuiving van mechanisch naar ecologisch denken oproept, waarbij de referentiekaders van de mens een belemmering vormen. In het onderzoek worden de belangen beschreven waarmee de hedendaagse planetaire praktijk te maken heeft en die ons dwingen om vertrouwde ruimtelijke normen – die zijn afgestemd op de menselijke maat – op te schorten. Dit kan worden toegepast in verschillende ruimtelijke pedagogische benaderingen die zich buigen over dringende vragen rond leefbaarheid, die het discours over duurzaamheid overstijgen.
Onderzoek van
-

Patricia Reed
Patricia Reed is een theoreticus, kunstenaar en ontwerper gevestigd in Berlijn. Ze is hoofd van het Critical Inquiry Lab (MA) aan de Design Academy Eindhoven (NL) en docent aan de Folkwang Universiteit in Sound Practice Research (DE). Recente publicaties van haar verschenen in Informatics of Domination, Pierre Huyghe: Liminal, Ceremony: Burial of an Undead World, Sound - Space - Sense, The Unmanned, Navigation beyond Vision en e-flux Journal. Reed was co-auteur van het Xenofeministisch Manifest onder de naam Laboria Cuboniks, dat inmiddels in meer dan 20 talen is vertaald en waarvan een boekversie is uitgegeven door Verso. Een bundel met geselecteerde essays, getiteld Cosmovisiones de otro mundo, werd in 2025 uitgebracht door Holobionte Ediciones (Spaans).
Achtergrond van Figuring Planetary Space
In plaats van gedachten en denkkaders op het planetaire te projecteren, wordt in dit onderzoek bekeken hoe het planetaire het menselijke zelfbegrip reconfigureert als iets dat verweven is met metabolische processen. Historisch gezien komt de manier waarop de mens zich ruimte projectief voorstelt tot uiting in het beeld van de wereldbol. Dit wordt versterkt door esthetische mediaties die aansluiten bij het idee dat de mens losstaat van de natuur. Het planetaire gaat echter uit van een zelfbeeld waarin de mens verweven is met kosmische processen die het leven in stand houden. Er bestaan nog nauwelijks manieren om dit ruimtelijk uit te drukken. In deze context legt Figuring Planetary Space de nadruk op de rol van ‘medianten’, dragers van mediatie die interactie met onbekende, niet tot de canon behorende concepten mogelijk maken – en op de rol die verschillende articulaties van ruimte hebben gespeeld bij het mogelijk maken van dergelijke transformatieve interacties. Door het abstracte met het existentiële te verbinden kan de geschiedenis van de paradigmaverschuiving worden weergegeven in termen van processen in plaats van een reeks mijlpalen. Zo ontstaat er ruimte voor experimenteren, door te beschrijven hoe we tot verschillende opvattingen over onze wereld en onze plaats daarin zijn gekomen. Door de functie van eerdere ruimtelijke medianten te onderzoeken, kan een speelse benadering worden ontwikkeld voor professionals die zich in de praktijk bezighouden met de gevolgen van een ‘planetaire wending’ – zodat zij niet blijven steken in een overweldigende complexiteit die praktisch handelen in de weg zit.
Wat is de onderzoeksmethode van Figuring Planetary Space?
Het project Figuring Planetary Space is voortgekomen uit historisch, theoretisch en filosofisch onderzoek binnen verschillende disciplines, variërend van kunst- en architectuurgeschiedenis, wetenschapsfilosofie, evolutionaire biologie en wereldsysteemtheorie tot dekoloniaal Caribisch denken. Het onderzoek bouwt voort op eerder werk over de vraag hoe we ons op planetaire schaal kunnen oriënteren, waarbij dit wordt opgevat als een kosmologisch vraagstuk. Daarbij wordt de wisselwerking onderzocht tussen de externe articulatie van ideeën als artefacten, en hun verinnerlijking naarmate zij meer als vanzelfsprekende uitingen van ‘gezond verstand’ worden gezien. De integratie van uiteenlopende kennisgebieden resoneert met de epistemologische grondslagen van het planetaire denken, dat wordt opgevat als een historische toestand en niet louter als een theoretisch onderwerp. Deze planetaire toestand vormt een uitgangspunt voor de aanpak van problemen die zich in verschillende denkkaders, op verschillende schaalniveaus en in verschillende praktijken voordoen. Daarmee rijst de vraag hoe we bestaande conventies en aannames binnen verschillende disciplines ter discussie kunnen stellen wanneer die de waarneembare doorwerking van het planetaire belemmeren.
Wat hebben we met dit onderzoek bereikt?
Het doel van dit onderzoek was om zicht te krijgen op de achtergrond van de katalyserende rol van ruimtelijk denken in de euromoderniteit. Daarbij ging het niet alleen om de representatie van ruimte op zich, maar ook om de manier waarop het ruimtelijk denken functioneert als een cognitieve technologie die een bepaalde manier van kijken naar, omgaan met en denken over de wereld vormt en zo de oriëntatie van het ontwerp bepaalt. Dit precedent maakt duidelijk dat we moeten begrijpen hoe het planetaire zich via ruimtelijke configuraties tot ons verhoudt, wil het paradigmaverschuiving mogelijk maken met betrekking tot het zelfbeeld van de mens dat uitsluitend aan het beeld van de aardbol is gebonden. Op welke manieren blijft de ruimtelijke menselijke maat onze praktijken binnensijpelen, aan het zicht onttrokken door vertrouwdheid, en hoe kunnen we in de praktijk een handelen mogelijk maken dat buiten de referentiekaders van deze menselijke maat valt?
Dit contextuele onderzoek, dat kan worden beschreven als een meta-opgave, ondersteunt de communicatie van de belangen en parameters van onderwijsinitiatieven die verankerd zijn in de ecosociale crises van onze tijd zonder te vervallen in naïef optimisme of apocalyptisch fatalisme. Het zet aan tot een bescheiden, maar praktische verkenning van de manieren waarop we ons verhouden tot ruimtelijk inzicht en dit naar buiten brengen om de verwevenheid van relaties op zichzelf te configureren binnen een planetair geconditioneerde praktijk die door het menselijke ruimtelijke denken wordt belemmerd. Door de aandacht te richten op de functie van ruimtelijke medianten en op de manier waarop zij verhalen ‘van buiten de mens’ op verschillende schalen van tijd en ruimte versterken, verschuift de urgentie van verlammende melancholie naar experimenteerbereidheid. Het experiment gaat uit van een opschorting van de perspectivische coördinaten die de ‘oriëntatie’ en ‘zintuiglijke clichés’ van de mens hebben georiënteerd – om met wiskundige en filosoof Gilles Châtelet te spreken, door wiens werk de titel van dit onderzoek is geïnspireerd.