Material Transition: Learning from Grand Paris
Agents of Change - CHRITH architects & Emma Diehl Studio

In Europa loopt Frankrijk – en met name Parijs – momenteel voorop op het gebied van biobased bouwen. Als gaststad van het Klimaatakkoord van Parijs uit 2015 heeft de Franse hoofdstad zich tot doel gesteld om in 2050 klimaatneutraal te zijn.
In het onderzoeksproject Material Transition: Learning from Grand Paris worden bouwpraktijken in de regio Parijs die gebruikmaken van biobased, geobased of teruggewonnen materialen uitgebreid verkend. Daarnaast worden het beleid, de actoren en de randvoorwaarden onderzocht die de materiaaltransitie in de bouwsector sturen. De bevindingen worden gepubliceerd op het open-access webplatform Paris Is Biobased.
Het is de ambitie van deze website om inspiratie en hulpmiddelen aan te bieden via een interactieve kaart met daarop een selectie van bijzondere projecten die zich onderscheiden door het gebruik van biobased en geobased materialen. De website bevat daarnaast een sectie genaamd ‘Key Factors’, met daarin een reeks onderzoeksresultaten die kunnen bijdragen aan een beter begrip van de voortrekkersrol van Frankrijk, en meer specifiek de regio Parijs, bij het ontstaan van duurzamere en minder extractieve bouwpraktijken.
Onderzoek van
-

Christina Eickmeier, CHRITH architects
Christina is in 2005 cum laude afgestudeerd aan de Technische Universität Braunschweig. Ze is architect en medeoprichter van CHRITH architects, een bureau dat gespecialiseerd is in radicaal circulair en ecologisch bouwen met gebruikmaking van materialen zoals hout, stro, hennepbeton en klei. Het bureau houdt zich niet alleen bezig met bouwen, maar doet ook onderzoek naar manieren om met biobased en geobased materialen te bouwen en naar bioregionale materiaalverwerving. Daarnaast deelt Christina haar expertise als gastdocent aan de Academies van Bouwkunst in Amsterdam en Arnhem.
-

Emma Diehl, Emma Diehl Studio
Emma is in 2016 als landschapsarchitect afgestudeerd aan de ENSNP in Frankrijk en volgt, met het oog op de uitbreiding van haar praktijk, een aanvullende masteropleiding Architectuur aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Ze werkt bij de afdeling ruimtelijk ontwerp van de gemeente Amsterdam en heeft daarnaast haar eigen ontwerp- en onderzoeksbureau. Emma pleit voor een landschapsgerichte benadering die levende systemen centraal stelt in de architectuur, met de nadruk op lokaal gebonden en lokaal gevonden materialen.
De achtergrond van Material Transition: Learning from Grand Paris
Het onderzoek betreft de transitie van de bouwsector naar het gebruik van materialen met een lagere milieubelasting als gevolg van een lager energieverbruik, niet-schadelijke bestanddelen, lokale herkomst en duurzame winning, enzovoort. Alle gepresenteerde projecten maken gebruik van biobased materialen, en veel projecten passen daarnaast ook geobased en teruggewonnen materialen toe.
Gezien het aantal opmerkelijke projecten – er staan er inmiddels bijna 100 op de interactieve online kaart en dat aantal blijft groeien – dient de vraag zich aan waarom juist Frankrijk, en in het bijzonder de regio Parijs, vooroploopt bij deze transitie.
Op nationaal niveau stimuleren regels voor embodied carbon (RE2020) het gebruik van koolstofarme en koolstofopslagende materialen. Op lokaal niveau plaatst het nieuwe Plan local d’urbanisme bioclimatique de Paris (PLUb) de stad in de voorhoede in termen van duurzame ontwikkeling door de priorisering van bioklimatisch ontwerp, passend hergebruik (geen sloop meer) en koolstofarm bouwen; de opgenomen eisen gaan verder dan de nationale normen. Openbare projecten – variërend van scholen, bibliotheken en sportvoorzieningen tot sociale huurwoningen – die worden ondersteund door stedelijke subsidies fungeren als katalysatoren. In de regio zijn veel materialen zoals hout, stro, hennep, ruwe aarde en natuursteen beschikbaar; het gebruik daarvan is geworteld in historische bouwtradities en inmiddels aangepast met behulp van hedendaagse technieken. Kennisuitwisseling en de promotie van voorbeeldprojecten via verenigingen en keurmerken spelen een cruciale rol bij het bevorderen van dergelijke praktijken. Ze vormen een ondersteunende structuur die de belanghebbenden op meerdere niveaus met elkaar verbindt, de ontwikkeling van expertise en innovatie faciliteert en de praktijken onder de aandacht brengt van lokale en nationale overheden.


Wat is de onderzoeksmethode van Material Transition: Learning from Grand Paris?
Tijdens het onderzoek is het gebruik van biobased, geobased en teruggewonnen materialen in de regio Parijs op verschillende manieren verkend. Projecten zijn geselecteerd via een combinatie van online onderzoek en de raadpleging van bestaande databases, publicaties in architectonische en academische bronnen, prijswinnende projecten, online lezingen en professionele aanbevelingen. Gedetailleerde projectgegevens zijn rechtstreeks verzameld bij de betrokken architectenbureaus. Het aantal relevante projecten overtrof de oorspronkelijke verwachtingen ruimschoots en blijft groeien, wat laat zien dat er daadwerkelijk sprake is van een beweging.
Via interviews met uiteenlopende belanghebbenden en analyses van gedeelde interne documenten zoals aanbestedingsprocedures zijn belangrijke bepalende factoren achter de materiaaltransitie geïdentificeerd. Ook vonden tijdens verschillende georganiseerde bijeenkomsten uitwisselingen met professionals uit de sector plaats, die van belang waren voor het aanscherpen van de analyse. Aanvullend zijn online bronnen – met informatie over regelgeving, certificeringslabels, beroepsverenigingen en lokale materiaalvoorraden – geraadpleegd om context te creëren en bevindingen aan te vullen. Persoonlijke contacten en de grootmoedige bereidheid van diverse Franse experts om kennis te delen waren essentieel voor het begrijpen van de belangrijkste bepalende factoren van deze beweging.

Wat bereiken we met Material Transition: Learning from Grand Paris?
Het onderzoek vond plaats in een periode van drie jaar en met behulp van verschillende onderzoeksmethoden.
In oktober 2023 vond in opdracht van de Nederlandse Urban Agenda een studiereis naar Parijs plaats. Deze was gericht op het bezoeken van projecten en het leggen van contacten met belangrijke betrokkenen. De bevindingen zijn gepresenteerd tijdens de IABR 2024 – Nature of Hope, waar ze zijn getoond in een installatie met 50 voorbeeldprojecten en relevant beleid. In oktober 2024 vond een tweedaags Frans-Nederlands netwerkprogramma plaats. Dit programma is georganiseerd in samenwerking met de IABR en Built by Nature en bracht architecten, ontwikkelaars, adviseurs en begeleiders uit beide landen samen. Het online platform parisbiobased.eu bundelt de bevindingen en biedt inspiratie en contextuele informatie voor een breed publiek.
Het onderzoek is daarnaast gedeeld via openbaar toegankelijke lezingen en evenementen, waaronder het programma Carbon Stories, de Dutch Design Week, evenementen in de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, een lezingenavond georganiseerd door het Nederlandse tijdschrift de Architect, evenementen in de gemeente Amsterdam, het Jaarevenement C-Creators 2024 en het Stadmakerscongres Rotterdam 2025. Daarnaast zijn er onderzoeksresultaten over de rol van openbaar opdrachtgeverschap opgenomen in de publicatie Public Procurement for Wooden Buildings van het European Wood Policy Platform.
Het uiteindelijke doel van dit project is het verspreiden van bevindingen, het bevorderen van kennisdeling en vooral het stimuleren van enthousiasme voor effectieve praktijken door voorbeelden te tonen die de voordelen en haalbaarheid van dergelijke projecten laten zien.
Dit initiatief beoogt de transitie naar duurzamere materialen en opschaalbare productiemethoden in de bouwsector in brede zin te beïnvloeden en mogelijk te versnellen. Overheden, opdrachtgevers, architecten en andere belanghebbenden moeten overstappen op het soort nieuwe technieken met een lage impact dat is samengebracht door dit project. Hoewel systeemverandering doorgaans traag verloopt, bieden visuele mappings, gedetailleerde materiaalinformatie en voorbeelden van best practices een krachtig middel om te laten zien wat er al mogelijk is en om een duidelijke opkomende trend zichtbaar te maken.
