Nieuws

Terugblik op de Eindpresentatie van het IABR Atelier Delta Rijnmond-Drechtsteden 2100

11 februari 2026
Eindpresentatie Atelier Delta. Beeld: Jacqueline Fuijkschot

Op woensdagochtend, 21 januari 2026 vond in het Timmerhuis in Rotterdam de eindpresentatie plaats van het IABR Atelier Delta Rijnmond-Drechtsteden 2100. Tijdens deze bijeenkomst werden de eindresultaten van het ontwerpend onderzoek gepresenteerd waar de ruimtelijke implicaties van 2 meter zeespiegelstijging en een warmer wordende planeet voor de regio Zuid-Holland centraal stond. Onder leiding van moderator Saskia van Stein werd teruggeblikt op de opbrengsten van het atelier en vooruitgekeken naar de betekenis ervan voor beleid, besluitvorming en maatschappelijke discussie.

De waarde van ontwerpend onderzoek

In haar opening benadrukte Saskia van Stein de kracht van ontwerpend onderzoek als motor van het atelier: een open en onderzoekende werkwijze waarin verschillende vormen van kennis samenkomen. Door samenwerking ontstaat nieuwe kennis en via de kruisbestuiving van onderzoek, experiment en dialoog het wederzijds begrip wat nodig is om samen richting een onzeker toekomst te manoeuvreren.

Dirk Sijmons benadrukte dit door ontwerpend onderzoek te typeren als een “derde weg”: geen fundamenteel onderzoek en geen directe beleidsuitwerking, maar een ambacht van verkennen, testen en verbeelden. Juist bij vraagstukken als zeespiegelstijging en systeemtransities biedt deze aanpak ruimte om nieuwe samenhangen zichtbaar te maken. Daarbij introduceerde hij het begrip natuurtechniek als “civiele techniek voor gevorderden” en plaatste hij de benodigde investeringen in perspectief: voor waterveiligheid is dat circa 25 miljard voor de periode 2025-2100 (raming van HKV). Dat is zo’n 10 tot 12 keer de investering voor het Ruimte voor de Rivier project (2,3 mld) en zo’n 4 à 5 keer het budget van de Oosterscheldewerken (6 mld in 2025).

Eindpresentatie Atelier Delta Rijnmond-Drechtsteden 2100. Beeld: Jacqueline Fuijkschot

"Juist bij vraagstukken als zeespiegelstijging en systeemtransities biedt deze aanpak ruimte om nieuwe samenhangen zichtbaar te maken."

Dirk Sijmons

Twee strategische hoekpunten voor de delta

Centraal stonden twee toekomststrategieën: een open en een gesloten watersysteem.

H+N+S - Meegroeien met water

Jasper van Hugtenburg lichtte de open strategie toe, waarin natuurlijke processen leidend zijn. Sediment wordt niet gezien als probleem, maar als grondstof om land te laten meegroeien met de zeespiegel, met voorbeelden als het Land van Saeftinge (4 m boven NAP) en dubbele dijken in Groningen. Rivieren kunnen functioneren als getijdeparken en buitendijkse gebieden vragen om maatwerk, met combinaties van adaptatie, kades en stormvloedkeringen. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om scherpe keuzes in tijd en ruimte, onder meer rond de bereikbaarheid en transformatie van de Botlek en de rol van de haven in de overgang van fossiele industrie naar duurzame maakindustrie. Verdere kennisontwikkeling, onder meer naar sedimentatieprocessen en doorlaatbare stormvloedkeringen, blijft noodzakelijk.

De Urbanisten - De Deltapolder

Dirk van Peijpe presenteerde de gesloten strategie van de Deltapolder: één sterke dijkring aan de zuidkant van de Randstad, met gereguleerde waterpeilen en een duidelijke scheiding tussen zee en delta. Deze aanpak biedt hoge waterveiligheid en voorspelbaarheid voor verstedelijking en zoetwatervoorziening, maar heeft ingrijpende gevolgen voor scheepvaart en natuur. Zo verandert het getij naar zoetwaternatuur en wordt deepsea-scheepvaart geconcentreerd in het westen. Tegelijk ontstaan nieuwe kansen, zoals een brak Haringvliet, transformatie van het Botlekgebied en een mogelijk ‘energiebekken’ valmeer op een derde Maasvlakte.

Tijdens de discussie werd duidelijk dat beide strategieën mogelijk zijn, een ander kostenplaatje hebben maar mogelijk naast elkaar of in elkaar verlengde kunnen bestaan: het gaat om keuzes op regionale schaal, met gevolgen voor wonen, economie, natuur en governance. Ook werd verkend of een gefaseerde aanpak denkbaar is.

Posad Maxwan - wereldbeelden en adaptatiepaden

Elena Chevtchenko plaatste beide strategieën in het licht van verschillende wereldbeelden en de rol die de haven in de toekomst zal spelen. Naast het macro-economische perspectief werden ook ecologische en socio-culturele aspecten belicht. Haar analyse maakte duidelijk dat onzekerheid en complexiteit geen uitzondering zijn, maar juist het uitgangspunt voor de lange termijn. De scenariomethode helpt om afhankelijkheden, kantelpunten en “no-regrets”-maatregelen zichtbaar te maken en beleidskeuzes robuuster te onderbouwen.

Eindpresentatie Atelier Delta Rijnmond-Drechtsteden 2100. Beeld: Jacqueline Fuijkschot

Reflectie en afsluiting van Atelier Delta Rijnmond-Drechtsteden 2100

In de reflecties van Hermen Borst (directeur Stedelijke Inrichting, Gemeente Rotterdam), Pieter Jacobs (programmamanager Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden, Rijkswaterstaat), Berry Gersonius (strategisch adviseur klimaat en hoogwaterveiligheid, Gemeente Dordrecht) en de ateliermeesters Jelmer Teunissen en Dirk Sijmons werd het belang van verder ontwerpend onderzoek nadrukkelijk onderstreept. Het werd gezien als een onmisbare werkwijze om samenhang te ontdekken tussen schaalniveaus, sectoren en tijdslijnen, en om complexe, nog niet volledig gekende opgaven scherper te maken. Ontwerp helpt niet alleen om oplossingen te verkennen, maar ook om te laten zien waar het schuurt, welke keuzes op tafel liggen en welke verantwoordelijkheden daarbij horen.

Solidariteit werd daarbij benoemd als kernwaarde, bijvoorbeeld in de verdeling en afvoer van water, maar ook in de omgang met ruimte, risico’s en investeringen binnen de delta. Meerdere sprekers benadrukten dat niet kiezen geen neutrale positie is: uitstel en vasthouden aan het bestaande zijn óók keuzes, met verstrekkende gevolgen voor toekomstige generaties.

De spoken-word performance van Moze Naél vormde een krachtig slot van de ochtend. In een persoonlijke en verbeeldende bijdrage verbond hij leven met water, verandering en verantwoordelijkheid aan menselijke ervaring. Hiermee bracht hij een emotionele ‘geleefde’ toon in een debat wat vaak technisch-ruimtelijke wordt gevoerd.

Met dit atelier zijn geen definitieve antwoorden geformuleerd, maar is het voorstelbare aangescherpt en het gesprek over de toekomst van de delta geopend. De opbrengsten vormen een bouwsteen voor het herijken van het Deltaprogramma en voor het vervolg van de maatschappelijke en bestuurlijke discussie over hoe wij in Nederland willen leven met water, nu en in de komende honderd jaar.

De resultaten worden online gepubliceerd in een digitale publicatie.