Curatorial Statement
De Zondvloed is een metafoor. Het is de metafoor voor Nederland als fenomeen: voor de cultuur, voor het landschap en voor de tradities van het bouwen.
Al eeuwen wordt in Nederland het water getemd op een manier die het land en beter en mooier maakt. Maar de laatste tientallen jaren leek het er wel eens op dat Nederland zich van die traditie heeft losgemaakt. In de jaren zeventig trad een generatie aan die abrupt een einde leek te maken aan eeuwen van landaanwinning en de ambitie van nationale planning. Door hun toedoen werd afgezien van de inpoldering van de Markerwaard. Gelukkig gaan die babyboomers binnenkort met prepensioen. Dat komt goed uit, nu het water ons opnieuw voor de opgave stelt de schop ter hand te nemen. De traditie, die ons nu weer van pas komt, is op het eerste gezicht misschien ver weg; maar als het erop aankomt zal blijken dat ze nog stevig is verankerd in het collectieve geheugen.
De tweede Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam wil die traditie weer zichtbaar maken en op haar bruikbaarheid toetsen voor het werk dat te wachten staat. Ze wil laten zien dat de ontwerpkracht van architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten er samen met de ingenieurs voor kan zorgen dat de ingrepen die het water afdwingt geen belasting vormen, maar juist een unieke kans om nieuwe landschappen, nieuwe steden en nieuwe gebouwen tot stand te brengen.
Om te beginnen brengt de biënnale de geschiedenis van de landaanwinning in beeld aan de hand van twee tentoonstellingen en een boek. Voor het boek en de tentoonstelling over Polders heeft een systematisch onderzoek plaatsgevonden naar de vierduizend polders die Nederland telt.
Leerzame en indrukwekkende voorbeelden van landaanwinning voor de uitbreiding van steden zijn te zien in de tentoonstelling Three Bays. Van deze drie baaien liggen er twee elders in de wereld; waardevolle ervaringen over het bouwen met het water beperken zich natuurlijk niet tot Nederland. Hoewel de naam anders doet vermoeden, richt ook de tentoonstelling over De Hollandse Waterstad haar blik over de grenzen. Ze laat zien hoe door de eeuwen heen verschillende soorten watersteden zijn ontstaan en in sommige perioden - zoals de achttiende en negentiende eeuw - kwamen juist in andere landen interessante watersteden tot ontwikkeling. In dit programmaonderdeel wordt niet alleen teruggekeken, maar worden ook plannen voor nieuw te bouwen watersteden gepresenteerd. Dat is precies wat de biënnale beoogt: de traditie van de Hollandse waterstad rechtstreeks verbinden met de opgaven van de toekomst. Een bijzondere relatie tussen het land en het water is er over de hele wereld op plaatsen waar recreatieve kustmetropolen ontstaan. In de tentoonstelling Mare Nostrum laten gastcuratoren en ontwerpers uit tal van landen zien welke betekenis - en potentie - deze massale kolonisatie van kustgebieden kan hebben. Ondanks de grote verscheidenheid staan al die ontwerpers voor een vergelijkbare opgave: de enorme dynamiek van het kusttoerisme te verzoenen met de ter plaatse aanwezige culturele en landschappelijke kwaliteiten. De internationale oriëntatie van de biënnale maakt het mogelijk de opgave om nieuwe steden en landschappen te maken die zijn afgestemd op een toekomst met het water, voor te leggen aan ontwerpers, waarvan opnieuw velen van buiten Nederland komen. Zo buigt een internationale masterclass onder leiding van de Amerikaanse architect Greg Lynn zich over het ontwikkelen van een ‘vloedbestendige woning’. Ook de plannen voor De Nieuwe Hollandse Watersteden zijn voor een groot gedeelte gemaakt door ontwerpers van buiten Nederland. In al hun verscheidenheid hebben die ontwerpers namelijk één ding gemeen: ze zijn niet belast door het magnetisch veld van de Nederlandse planologie.
De serie tentoonstellingen, congressen en boeken is maar één van de pijlers van de biënnale. De Nederlandse traditie berust tenslotte niet alleen op het bedenken van plannen, maar vooral ook op het uitvoeren ervan. Daarom is er ook een beurs en een conferentie waar bouw- en vastgoedbedrijven, gemeenten en waterschappen zich kunnen laten inspireren. De naam Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam geeft het al aan: de biënnale is zowel internationaal als Rotterdams. Voor alle Rotterdammers komt er dan ook een speciale ‘Open Dag’: de Rotterdamse zondag van de architectuurbiënnale. Het mag duidelijk zijn dat de tweede Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam een appèl doet. De tentoonstellingen en congressen bieden de mogelijkheid om conclusies te trekken in de lijn van de Nederlandse traditie: altijd heeft het water Nederland voor opgaven gesteld, en altijd heeft Nederland daarvan weten te profiteren.
Adriaan Geuze