• Home
  • Biënnales
  • Projecten
    • Onderzoek
    • Samenwerking
    • Uitkomsten
    • Shop
  • Thema's
    • Water
    • Klimaat
    • Commons
    • Energie
    • Voedsel
    • Wonen
    • Mobiliteit
    • Natuur
    • Transitie
    • Werk
    • Zorg
  • Nieuws
  • Agenda
  • Over Ons
    • Missie
    • Organisatie
    • Team
    • Partners
    • Geschiedenis
    • Contact
  • nl
  • en

Curatorial Statement

×

De Open City

In de geschiedenis van de utopie neemt de weergave van de ideale maatschappij vaak de vorm van een stad aan. Zo kunnen we de Open City als ruimtelijke vertaling van een open samenleving zien.

In 1967 opende De Meerpaal in Dronten van architect Van Klingeren die de samenleving wilde ‘ontklonteren’. Het gebouw bestond uit één grote ruimte waarbinnen activiteiten plaatsvonden zonder visuele en akoestische scheiding. De Meerpaal werd een symbool voor de ‘maakbare samenleving’, gekenmerkt door openheid, transparantie en tolerantie. De maakbare samenleving werd een paradigma voor de sociaaldemocratie, voor een open samenleving. Het ruimtelijk model hiervoor was een Nederland als één grote ruimte, waarin de multiculturele samenleving zich in openheid, transparantie en tolerantie zonder visuele en akoestische scheiding kon ontplooien.

Deze visie werd geen werkelijkheid. De uiteenlopende sociale identiteiten leidden niet tot een veelkleurige chaos, maar tot een op onderscheid gebaseerde coëxistentie van gemeenschappen, overigens net als elders in de wereld. De compartimentering van de gebouwde omgeving nam toe, resulterend in monofunctionele gebieden met eenzijdige verbindingen, waarin de bereikbaarheid weliswaar formeel niet beperkt is, maar wel aan bepaalde groepen voorbehouden.

Vijfentwintig jaar na de start van de bouw van Almere ontwierp Rem Kool - haas ‘retroactief’ een nieuw stadscentrum, ‘Dutchtown’. Deze revisie is illustratief voor de onvoorspelbaarheid van de stadsontwikkeling en vooral voor de veranderingen in de Randstad als ruimtelijke neerslag van een ‘ontklonterde’ naar een ‘herklonterde’ samenleving. In plaats van het vredige suburbia van 50.000 inwoners, waarin de middenklasse in een huis met tuin kon leven, ontwikkelde Almere zich tot een archipel van 200.000 mensen waarin etnisch gedomineerde buurten en straten met prostitutie bestaan. De stad sluit zich zo aan bij de hiërarchisering van de Randstad, van de ‘gebundelde deconcentratie’ naar de ‘tapijtmetropool’, een lappendeken van identiteiten.

Deze conditie is tegelijkertijd bedreigend en hoopgevend. Zij is bedreigend omdat ruimtelijke en sociale segregatie een ‘city as a tree’ dreigt te doen ontstaan, een archipel met als uiterste consequentie de ‘gated community’, waardoor culturele uitwisseling en innovatie wordt gehinderd. Zij is hoopgevend omdat interactie in een Open City functioneert vanuit de gemeenschap. De Randstad kent geen no-go zones en de contactvlakken door vervoerssystemen en sociale netwerken is hoog. Zij kan als Open City functioneren als de mobiliteit van personen, goederen en ideeën tussen gemeenschappen is gewaarborgd.

Globale netwerken kunnen transnationale gemeenschappen vormen, waarbij de onderlinge band binnen een gemeen - schap sterker is dan de binding met de stad waar deze zich bevindt. In Rotterdam is dit bijvoorbeeld bij immigranten zichtbaar. Hele straten Turkse gezinnen stammen uit één streek in Anatolië met parallelle gemeenschappen in Keulen of Berlijn.

Ook dit is tegelijkertijd hoopgevend en bedreigend. Hoopgevend omdat migratiebewegingen coëxistentie en culturele uitwisseling bevorderen. Bedreigend omdat grote verschillen in langs elkaar heen levende gemeenschappen kunnen resulteren die geen interesse hebben in het collectieve, in de Open City. Deze gemeenschappen gedijen bij de gratie van een hoogwaardige, transnationale mobiliteit, die het tegelijkertijd mogelijk maakt de Open City te misbruiken, zoals het internationale terrorisme laat zien.

Zelfs in conflictsituaties zijn onder moeilijke omstandigheden stukjes Open City te vinden. Er bestaat geen hele Open City, zij is per definitie fragmentarisch, als onkruid in het gras. Op de westelijke Jordaanoever heerst de uiterste ‘gatedness’, waarbij elke ruimtelijke ingreep door zichzelf te beschermen de levensaders van de omgeving doorsnijdt. Bewaakte toevoerwegen bevoorraden Joodse enclaves als waterleidingbuizen waarvan de inhoud niet mag weglekken. Tegelijkertijd is het verbazingwekkend hoe de Palestijnen ondanks ondoordringbare barrières nog in staat zijn functionerende transnationale netwerken te onderhouden.

In steden als Istanbul, Jakarta of São Paolo, waar de wet weinig regelt en de politiek stroperig is, weerspiegelen sociale verschillen zich in de ruimtelijke ordening. Door de afwezigheid van de publieke sector ontwikkelt men zijn eigen stad, de rijken luxe enclaves, de armen gecekondu, kampongs en favelas.

Ondanks deze ongelijkheid, het gebrek aan openbaar vervoer en de roofbouw op het ecosysteem bruisen deze steden van leven en vertonen talrijke complementaire symbioses tussen gescheiden stadsdelen. Het ‘potentiaalverschil’ aan weerszijden van de muur van de gated community wordt door geïmproviseerde ruimtelijke structuren doorbroken die de scheiding opheffen en micro-economische relaties aangaan.

Onder Open City moet dus niet alleen een attractieve 19e eeuwse wijk met open begane gronden, een fijnmazig stratennetwerk en een vriendelijke menging van functies worden verstaan, waar anonimiteit gewaarborgd is, vreemdelingen rondlopen en voetgangers domineren, kortom wat de oppervlakkige lezer in het werk van Jane Jacobs* leest.

De structuur van de Open City werkt als besturingssysteem, waarin het stadsleven zich kan nestelen. Een fijnmazig netwerk van openbare ruimten, zowel fysiek als elektronisch, is het belangrijkste onderdeel van dit besturingssysteem waarop de uitwisseling tussen personen, ideeën en goederen kan plaatsvinden. De Open City is daarom geen utopie en ook geen vastomlijnde werkelijkheid, maar een toestand, een evenwicht tussen openheid en beslotenheid, tussen integratie en desintegratie, tussen controle en laisser-faire.

Kees Christiaanse curator 4e IABR

- Publiciste en stadsactiviste Jane Jacobs publiceerde in 1961 haar bekendste boek, The Death and Life of Great American Cities (Dood en leven van grote Amerikaanse steden). Het behoort nog altijd tot de meest invloedrijke geschriften over stedelijke ontwikkeling en stadsplanning.

Meld je aan voor de IABR nieuwsbrief
    • Home
    • Biënnales
    • Projecten
      • Onderzoek
      • Samenwerking
      • Uitkomsten
      • Shop
    • Thema's
    • Nieuws
    • Agenda
    • Over Ons
    • Copyright en colofon
    • Privacybeleid
    Darkmode:
    • Instagram
    • Linkedin
    • Youtube
  • Post- en bezoekadres

    Keilestraat 9 K1
    3029 BP Rotterdam NL

    + 31(0)10 2060033
    info@iabr.nl

    Hoewel de website met de grootste zorgvuldigheid is gemaakt, kunnen er fouten, verbeterpunten of omissies in zitten. Reacties ontvangen wij graag op info@iabr.nl.

© 2026 IABR