• Home
  • Biënnales
  • Projecten
    • Onderzoek
    • Samenwerking
    • Kennisbank
    • Shop
  • Thema's
    • Water
    • Klimaat
    • Commons
    • Energie
    • Voedsel
    • Wonen
    • Mobiliteit
    • Natuur
    • Transitie
    • Werk
    • Zorg
  • Nieuws
  • Agenda
  • Over Ons
    • Missie
    • Organisatie
    • Team
    • Partners
    • Geschiedenis
    • Contact
  • nl
  • en

Curatorial Statement

×

No Cities, No Future

1.
In 2009 begonnen we aan het avontuur van de 5e IABR: Making City met als uitgangspunt onze overtuiging dat in tijden waarin wereldwijd sprake is van extreme verstedelijking, ‘stad maken’ een opgave is die midden in het maatschappelijke en politieke debat over onze toekomst hoort te staan.

Stad maken is niet louter een zaak voor architecten, stedenbouwers of planners, een kwestie van meer of betere plannen. de stad gaat ons allen aan. de stad is wat samen leven in fysieke zin mogelijk maakt. Zij accommodeert de verschillende actoren en hun tegenstrijdige of overeenstemmende individuele aspiraties en projecten. Het aansturen en besturen van de stad is de kunst van het actief en met gevoel bespelen van deze fysieke drager, zó dat zij de katalysator voor emancipatie kan zijn voor al die verschillende, diverse en steeds veranderende sociale, culturele en economische belangen.

Maar stad maken stáát niet midden in het politieke denken en handelen. de transformatie van de stad wordt al te zelden beschouwd als een instrument om de aspiraties van haar bewoners te faciliteren en om aan maatschappelijke uitdagingen te werken. En zo blijft de praktijk van het ontwerp, van het plannen, van het inrichten van de leefomgeving ver staan van het besturen van onze hedendaagse steden.

De 5e IABR is daarom ontwikkeld vanuit het streven en zoeken naar een nieuwe verhouding tussen het besturen en het transformeren van de stad, tussen politiek en ontwerp. hoe maken we stad?

2.
Drie, met elkaar verweven vraagstukken hebben wij om te beginnen centraal gezet: de rol van het ontwerp en het instrumentarium van de planning; de allianties van actoren die actief opereren in het proces van stad maken; en de rol van goed bestuur, van good governance.

Het bestaande instrumentarium dat planners ter beschikking staat is open noch adaptief. Het is gevangen in wet- en regelgeving en top-down masterplanning en het kan zich zo maar moeilijk plooien naar specifieke omstandigheden. We vertrokken vanuit de premisse dat de generieke aanpak, die de bestaande praktijk van het stedenbouwkundig ontwerp in zijn greep heeft, niet voldoet. Het moet mogelijk zijn een instrumentarium te ontwikkelen waarmee met meer gevoel voor de eigen aard van de locatie en met betere resultaten gewerkt kan worden aan de opgaven die zich in onze steden opstapelen. En daarin kan en moet ontwerp een cruciale rol vervullen. Ontwerp moet niet worden ingezet aan het einde van het proces, om dat wat al beslist is ruimtelijk vorm te geven. Ontwerp moet worden ingezet als één van de aanjagers van het besluitvormingsproces en de alliantie die daarop volgt.

Allianties zijn nodig, maar komen niet uit de lucht vallen. Ze ontstaan door een gemeenschappelijk ervaren en gearticuleerd gevoel van urgentie. Een echte, doelgerichte alliantie ontstaat pas wanneer verschillende partijen hun onderlinge verschillen voor lief nemen en zich, al of niet tijdelijk, genoodzaakt voelen samen te werken omdat zij het gezamenlijk doel en het belang daarvan onderkennen. Veel vaker dan een overheid zijn het direct belanghebbenden – private of publieke partijen, burgers of bedrijven, maatschappelijke of culturele organisaties – die een direct en eigen belang hebben bij de aanpak van een stedelijke uitdaging, bij het daadwerkelijk realiseren van de transformatie.

Dergelijke allianties zijn flexibel, ze ontstaan vaak spontaan en verdwijnen soms weer net zo snel. maar ze zijn essentieel als het er om gaat de scherpte en doelgerichtheid van het transformatieproces te borgen. Een sterke alliantie met betrokken stakeholders aan het stuur stuwt een proces vooruit, en zal de relatie tussen de aanleiding, de stedelijke urgentie, en het resultaat, de stedelijke transformatie, niet uit het oog verliezen.

Eén van de grootste barrières voor het goed functioneren van een alliantie, is de wijze waarop overheden doorgaans plannen. het generiek regelstelsel stelt de overheid niet in staat om adequaat in te spelen op de specifieke kwaliteiten van de plek, de verschillende stedelijke condities en de altijd wisselende samenstellingen van allianties. De overheid is te zeer een generieke procesmanager geworden die eigen doelstellingen en eigen visies buitenboord houdt en die slechts reactief kan reageren op opgaven en coalities. Haar reflex is daarmee om zich vast te klampen aan wet- en regelgeving, met als gevolg een groeiende kloof tussen bureaucratie en realiteit.

Die realiteit is complex, want een steeds wisselende dynamiek van stedelijke urgenties en behoeften van actoren. Het is voor alle overheden, van lokaal tot nationaal, noodzakelijk om zich actief te engageren met stad maken. Het opnieuw nadenken over wat bestuur is in functie van die complexe stedelijke realiteit, is een cruciaal onderdeel van het Making City-project. Hoe kunnen we het functioneren van stedelijke en nationale overheden zo her–denken dat ontwerpend onderzoek gaat bijdragen aan een planningsproces dat tegelijk doelgericht is en maximale ruimte biedt voor reflectie en debat? Hoe kan een dergelijk planningsproces leiden tot een doeltreffend lange termijn beleid gekoppeld aan duidelijke bestuurlijke keuzes op de korte termijn?

Good governance betekent als overheid zorgen voor de condities waaronder flexibele allianties en specifieke, eigen-aardige praktijken kunnen opbloeien, maar het betekent ook actief partner zijn in specifieke, wisselende allianties.

3.
Met die uitgangspunten startten we het Making City-project. Maar we wilden dat niet op een vrijblijvende manier doen. Een biënnale over stad maken moet opvattingen en praktijken daadwerkelijk tegen het licht van specifieke plekken en concrete ambities van actoren houden. Zij moet de rollen van en de relaties tussen planning, ontwerp en politiek werkelijk testen, op zoek naar alternatieven voor de manier waarop stad gemaakt wordt. Veel vastbeslotener nog dan bij vorige edities wilden we dat de 5e IABR een rol buiten de veilige wereld van de cultuursector zou spelen, de rol van de maatschappelijk ondernemer die de handen vuil maakt en zich opstelt midden in het proces van stad maken. Zo moest deze vijfde editie van de IaBr niet een biënnale worden over het ‘stad maken’ als thema, gemaakt op veilige afstand. De IABR moest uitdrukkelijk als culturele instelling actief partner zijn bij het stad maken. Zo zou zij tevens de rol kunnen testen die een culturele actor in dat proces kan spelen. Naast curatoren moest de 5e IABR daarom ook lokaal gewortelde curatoren, local curators, hebben; naast een internationaal platform moest de IABR ook projectontwikkelaar worden. Walk the talk was het devies.

Vanuit die ambitie gingen we op zoek naar partners met wie wij allianties zouden kunnen vormen op basis van lokale urgente opgaven en met als doel actief en daadwerkelijk stad te maken. wij vonden die partners in onze standplaats Rotterdam, in São Paulo en in Istanbul, en bij de Nederlandse Rijksoverheid.

In Rotterdam, een oude Europese stad die uitgegroeid is en met krimp en sociale problematiek worstelt, en die net als veel van dergelijke steden voor een transformatie opgave staat in economisch moeilijke tijden, sloten wij een verbond met het ontwerp-bureau ZUS [Zones urbaines Sensibles] van de in het publieke debat over de stad zeer actieve landschapsarchitecten elma van Boxel en Kristian Koreman. Op de test Site Rotterdam confronteren zij het bestaande instrumentarium van stad maken met de principes van de tijdelijkheid.

Ook São paulo, de motor van de opkomende Braziliaanse economie met ruim 20 miljoen inwoners in één metropolitaan gebied, staat voor een transformatie-opgave. De stad is gebouwd op haar op productie gerichte infrastructuur en is nu een volgende fase begonnen: hoe een instrumentarium te ontwikkelen waarmee de stad eindelijk een stad voor haar inwoners kan worden? Wij vormden een alliantie met Elisabete França, hoofd Sociale Woningbouw, en benoemden als local curator Fernando de Mello Franco en zijn partners van MMBB Arquitetos, twee partijen waarmee ook in eerdere IABR-edities intensief is samengewerkt.

Istanbul is van de drie verreweg de oudste stad, maar ook de jongste. Anders dan de andere twee steden groeit zij nog als kool en haar uitdaging is het om haar extreem hoge groeitempo in goede balans te houden met haar ecologische belangen, om verstedelijking, landschap en water vóór in plaats van tegen elkaar in te laten werken. Hoe hier een instrumentarium te ontwikkelen dat de bestaande starre praktijk met extreme nadruk op massale huizenbouw kan doorbreken? In Istanbul vonden wij betrokken en professionele partners in burgemeester Ahmet Haşim Baltacı en zijn team van de gemeente Arnavutköy en werd Asu Aksoy, van de Bilgi Universiteit Istanbul, tot local curator benoemd.

Met het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Milieu vormden wij een vierde alliantie. Samen zetten we het Atelier Making Projects op, gericht op zeven grote nationale ruimtelijke projecten in Nederland: Stadscentrum Zuidas, Stad Rotterdam Zuid, het Metropolitane Landschap, de Rijn-Maas Delta, 100.000 Banen voor Almere, Knooppunten en Maak de Olympische Stad. Onder leiding van de ateliermeesters Paul Gerretsen en Elien Wierenga kreeg ieder project een eigen ‘behandeling’, specifiek gericht op de herijking of versterking van de relatie tussen de inhoudelijke agenda van de rijksoverheid en de realisering van de projecten zelf, inclusief het proces en de performance van de (politieke) besluitvorming.

Op basis van een oproep selecteerden we vervolgens nog 23 projecten gedragen door actoren en steden waar experimenten liepen en lopen die goed stroken met het zoeken en streven van het Making City-project. Zo werden lopende planningstrajecten- en experimenten uit onder meer Groningen en Delhi, Bordeaux en Den Haag, Vlaanderen, de Veneto regio en de Nijldelta, Parijs en Zürich, Eindhoven en Brussel, Den Haag en New York, Guatemala Stad, Diyarbakir, Batam en Kentucky aandeelhouder in de gezamenlijke zoektocht naar een wijze van transformatie van territorium die inspeelt op de maatschappelijke urgenties die in onze steden samenkomen. De in Rotterdam, Istanbul en São Paulo georganiseerde Urban Meetings brachten de vragen, de kennis en de inzichten van alle steden en actoren die deelnemen aan het Making City-project samen. Zo ontstond via uitwisseling en samenwerking een preciezer en gedeeld inzicht in het uitgangspunt, en een helderder overzicht van die aspecten die fundamenteel her–dacht dienden te worden. En zo tekenden zich ook een aantal gedeelde inzichten en werkmethodieken af als een reeks alternatieve, meer pertinente manieren van stad maken.

Ons oorspronkelijk uitgangspunt, namelijk dat de huidige omstandigheden, op scherp gezet door de financiële crisis, een ideale kans bieden om het proces van stad maken een nieuwe impuls te geven met een multidisciplinaire en proactieve aanpak die nieuwe planningsstrategieën koppelt aan nieuwe allianties geworteld in specifieke kennis en lokale condities, werd door de samenwerking met onze partners gesterkt, onderbouwd en geactualiseerd. De stad is te veel beschouwd als een territorium ter accommodatie van de markt, met de overheid op afstand en de bewoner als consument, en niet of nauwelijks als een katalysator voor sociale en economische emancipatie. Het is hoog tijd voor een omslag in het denken over stad maken, want er is iets buitengewoons aan de hand.

4.
In de historisch gezien onwaarschijnlijk korte periode van slechts 200 jaar groeit de wereldbevolking vanaf het begin van de negentiende eeuw tot het midden van deze eeuw van nog geen miljard naar ongeveer 9 miljard. In wat historisch gezien werkelijk een oogwenk is, een periode van nog geen 100 jaar, stijgt de bevolking van de stad van een half miljard naar ruim 7 miljard in 2050.

Deze buitengewoon heftige ontwikkelingen van elkaar versterkende groei en verdichting zijn ongekend in de menselijke geschiedenis en opmerkelijk onbegrepen door onszelf, degenen die er toch echt midden in zitten, maar dergelijke cijfers gewoonlijk ter kennisgeving aannemen.

De stad is het meest complexe artefact dat de menselijke beschaving heeft voortgebracht, mensen vestigen er zich met miljarden tegelijk, maar zij weten feitelijk onvoldoende hoe hun steden te bouwen, te plannen, te ontwerpen en te besturen. Ook al liggen vooral de grote steden in de wereld er dan ook vaak slecht bij, toch blijven ze een sterke aantrekkingskracht uitoefenen. Jaarlijks verlaten tientallen miljoenen mensen het platteland en we moeten veronderstellen dat ze weten wat ze doen. Zelfs als de stad voor hen niet het paradijs blijkt, dan toch misschien voor hun kinderen of kleinkinderen. Het is blijkbaar beter om arm in de stad dan arm op het platteland te zijn.

De toekomst en de stad vallen samen, dat is de grote mythe van onze tijd, dat is de motor voor ingrijpende veranderingen: de stad is de kans. 

De belangrijkste reden daarvoor ligt in wat de stad, als generator van welvaart en vernieuwing, presteert. Onderwijs, diensten, gezondheidszorg, voedsel, water, energie – alles is in de geconcentreerde stad goedkoper op per capita basis. Hoe dichter meer mensen bij en op elkaar leven en werken, hoe meer creativiteit, handel en welvaart er wordt gegeneerd, hoe beter het leven wordt voor het individu. Gezinnen worden daarom kleiner. Waar het hebben van veel kinderen op het platteland een voordeel is, zijn kinderen in de stad een risico en een kostenfactor. de geboortecijfers dalen in de stad, de belangrijkste reden dat de wereldbevolking rond 2050 naar verwachting zal stabiliseren. Dat versterkt weer de positie van de vrouw die in de stad vanzelfsprekender aan het economisch proces deelneemt.

Steden zijn efficiënt, ook in ecologische zin. Niet alleen zijn steden slimmer, adaptiever en transformatiever, verdichting is ook in het voordeel van de stadsbewoner: hij gebruikt minder land, minder energie, minder water en produceert minder vervuiling dan wie in minder dichtbevolkte gebieden leeft. de per capita ecologische footprint is in de stad kleiner dan op het platteland en hij wordt kleiner naarmate de stad dichter en groter is. Zelfs milieuactivisten sluiten de stad nu in het hart omdat zij begrijpen dat onze grootste opgave, hoe demografische explosie, ecologische balans en economische prestatie in evenwicht te brengen, dus hoe miljarden mensen op duurzame wijze voldoende welvaart kunnen blijven produceren, in en door de stad moet en kan worden opgelost.

Ook weten we dat een stad, naarmate zij groter is, in economische zin beter voor haar inwoners presteert dan wanneer zij kleiner is. Met andere woorden, de sociaaleconomische performance van een stad groeit sneller dan een puur lineaire relatie tot het inwonertal doet veronderstellen. Waar het omslagpunt ligt (als het er is), is onduidelijk, maar het is vooralsnog zo dat in geval van de stad geldt dat ‘…it pays to be bigger’. Groter niet alleen in de zin van massiviteit, van megacity, maar ook in de zin van bereikbaarheid en nabijheid, van de stedelijke regio waar het netwerk van nabijheden de massa maakt. Hoe meer massa een stad binnen haar bereik heeft, hoe beter ze in sociaal-economische zin presteert voor haar inwoners.

De toekomst van de mens is dus verklonken aan die van de stad waarbij er een relatie is tussen het schaalniveau van de stad, haar ecologische performance en de kwaliteit van de woon-, werk- en leefomstandigheden van haar bewoners. De steden, en vooral de grote stedelijke regio’s creëren welvaart en stimuleren vernieuwing en creativiteit, en doen dat op een relatief duurzame manier.

Wij staan daarmee voor een uitdaging: maken we de toekomst van de stad wel of niet tot het leidend principe voor onze politieke, economische en sociale actie?

Er is geen keus! Onze toekomst is immers afhankelijk van de manier waarop wij onze steden besturen, plannen en ontwerpen.

Dat geldt in Rotterdam, in Nederland en in Europa net zozeer als in de rest van de wereld. maar voor Europa geldt ook dat de steden niet meer groeien en dat de verstedelijkingsbonus al grotendeels is opgesoupeerd terwijl de wereldwijde competitie steeds heftiger wordt. Het oude continent staat straks, na de crisis, voor een grote inhaalslag. Zijn toekomst ligt meer dan ooit in de steden. Hier moet Europa het verschil maken en hier manifesteren zich de grote kwesties en opgaven: globalisering, economische transformatie, migratie, demografische veranderingen, stedelijke armoede en de daarmee verbonden sociale uitdagingen; duurzaamheid en klimaatverandering; schaalvergroting, (binnenstedelijke) transformatie, verdichting, krimp en intensivering.

De toekomst van Europa is de toekomst van de stad. De Europese innovatieagenda kan alleen succesvol zijn wanneer de landen in hun samenwerking, dus als Europese Unie, die agenda laten (mee)sturen door de economische kracht en het creatief innovatiepotentieel van de steden, van de stedelijke regio’s en van hun vermogen internationaal het verschil te maken. Het Europa van de burgers is het Europa van de steden.

De ruimtelijke inrichting draagt de toekomstige ontwikkeling: sociaal, economisch en ecologisch. De stad mag niet langer een territorium ter accommodatie van de markt zijn, maar hoe haar dan veel beter te positioneren als katalysator voor sociale en economische emancipatie? Daar ligt de uitdaging.

Kunnen wij die uitdaging ook aan? Zijn we er klaar voor?

5.
Alle opgaven komen samen in de stad en hebben daarom een fysieke impact, dat was ons uitgangspunt. maar het bestaand instrumentarium, het ‘fysieke’ antwoord van de planners, ontwerpers en bestuurders, is niet meer opgewassen tegen de schaal, de diversiteit en de dynamiek van de stad, tegen de kracht waarmee het stedelijk systeem zich heeft ontwikkeld. reactiviteit regeert en dit maakt een duurzaam proces van ontwikkeling bijna onmogelijk. We hebben een verstoppingsmachine gecreëerd waarmee we steeds verder van de kern van de opgave wegdrijven. We lopen met blind vertrouwen in de bestaande institutionele kaders vast in het proces, in de vastgestelde verantwoordelijkheidsverdelingen, in de onderhandelingscultuur en de compromisplanologie. We liggen vast op de verkeerde koers. 

We moeten daarom ruimte en tijd maken, durven geloven in tijdelijkheid, in omwegen, in proberen. We moeten letterlijk durven testen in de realiteit van de stad. Een dergelijke aanpak kan leiden tot een andere manier van werken, denken en handelen, samen met alle stakeholders. Maar die aanpak moeten we dan wel betekenis durven laten krijgen in de bestaande instituties en in de bestaande kaders van regels, overleg en investeringen. we mogen niet vergeten dat de bestaande kaders en instituties zelf moeten veranderen. Dat vraagt van alle betrokken partijen afzonderlijk een zeer bewuste afweging en een zeer grondig her–denken van de eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de veranderopgave. Zonder een werkelijk commitment van de betrokken spelers verandert de bestaande praktijk niet en dan is het testen slechts een tijdverdrijf in tijden van crisis.

Hoe halen we het maximale uit deze omwegen ter reflectie, de extra tijd en ruimte om ideeën en plannen uit te proberen? Hoe borgen we, meer specifiek, de lessen die we leren in de tijdelijke testzones die de IaBr inricht en hoe implementeren we die in de praktijk? Hoe creëren we condities waaronder allianties de kans krijgen? Hoe ent onze politiek zich fundamenteel op de stad?

Het moet anders en het kan ook anders. Steeds meer partijen op steeds meer plekken nemen tijd en ruimte voor nieuwe benaderingen, en dat zijn stappen in de goede richting. Nieuwe instrumenten beginnen hun weg te vinden in investeringsstrategieën, planningsregels en ontwikkelingsplannen, er komt zicht op een duurzaam ontwikkelperspectief. Maar hoe een nieuwe open aanpak steevast en constructief in te bedden in de transformatie-strategieën die nog steeds de norm zijn in de institutionele wereld van overheden, marktpartijen, bedrijfsleven, onderwijs, onderzoekers en maatschappelijke organisaties, daarover is het laatste woord nog niet gezegd.

Het naar de instituties terughalen van adaptiviteit en flexibiliteit, en van het waarderen van de potentie en het effect van het proces van veranderen zelf, dat is de troef die deze 5e IABR op tafel legt.

het is tijd voor de volgende stap. We moeten niet alleen expliciet willen maken wat er op het spel staat maar ook hoe we verder willen. Op 20 april, tijdens de Urban Summit op de dag na de opening van de 5e IABR, maken we daar samen met de allianties die meegewerkt hebben aan het Making City-project een concreet begin mee. Er liggen kansen voor een veranderagenda voor de stad, een agenda die aanzet tot actie, tot werkelijke verandering en institutionele omkering; een urban agenda die gedreven wordt door de dynamiek en de potenties van de steden zelf. Die kansen moeten we grijpen.
No cities, no future.

George Brugmans, Joachim Declerck, Henk Ovink

Klik hier voor een korte film als introductie op de 5e IABR Making City met Anne Skovbro, Bruce Katz en Dirk Sijmons.

Meld je aan voor de IABR nieuwsbrief
    • Home
    • Biënnales
    • Projecten
    • Thema's
    • Nieuws
    • Agenda
    • Over Ons
    • Copyright en colofon
    • Privacybeleid
    Darkmode:
    • Instagram
    • Linkedin
    • Youtube
  • Post- en bezoekadres

    Keilestraat 9 K1
    3029 BP Rotterdam NL

    + 31(0)10 2060033
    info@iabr.nl

    Hoewel de website met de grootste zorgvuldigheid is gemaakt, kunnen er fouten, verbeterpunten of omissies in zitten. Reacties ontvangen wij graag op info@iabr.nl.

© 2026 IABR