2026 - 12e editie

Systems of Support

Building Shared Values

Het is een tijd waarin alles tegelijk lijkt te schuiven. Waar het naartoe kantelt is nog onzeker. Klimaatverandering, geopolitieke en sociale spanningen, schaarste aan ruimte, grondstoffen en energie – overal ter wereld piepen en kraken systemen. Toch groeit in dit moment van frictie een nieuwe beweging. Terwijl oude structuren hun grenzen bereiken, ontstaat een frisse waardering voor wat dichtbij is: lokale burgerkracht, integrale regionale benaderingen, ecologische balans, hernieuwbare bronnen en coöperatieve systemen die niet uitputten maar herstellen.  

IABR 2026: Systems of Support | Building Shared Values nodigt iedereen uit om precies die beweging te verkennen. Om samen vooruit te denken, te verbeelden en te bouwen aan een toekomst waarin lokaliteit opnieuw richting krijgt.  

Eeuwenlang draaide vooruitgang vooral om schaalvergroting. Bedrijven maakten handelsketens langer, verplaatsten productie over continenten en vertrouwden op een wereldeconomie waarin snelheid, winstmarges, groei en volume het hoogste goed waren. Maar de rek is eruit. De stap naar hernieuwbare energie, schone voedselproductie, eerlijkere verdeling van grondstoffen, welzijn en een leefbare stad voor iedereen vraagt om een radicaal andere manier van kijken en handelen. 

Het betekent dat bedrijven en overheden zich opnieuw verbinden met de regio’s waar mensen wonen en werken. Dat ruimte, energie, water en materialen niet langer alleen verbruikt worden, maar onderdeel worden van regeneratieve systemen. Deze omslag is niet alleen technisch of economisch. Het is vooral sociaal en cultureel: een herijking van wat samenlevingen waardevol vinden. 

Daarin speelt ontwerp een sleutelrol. Architectuur gaat allang niet meer alleen over gebouwen. Het gaat over de relaties en systemen die samenlevingen vormgeven. Te vaak wordt architectuur verkleind tot een rekenmodel of gereduceerd tot een vastgoedproduct, waardoor korte-termijnlogica leidend wordt. 

Systems of Support wil architectuur daarom opnieuw positioneren als een publieke kracht die ruimte schept voor gedeelde waarden. Een kracht die andere vormen van economie mogelijk maakt en nieuwe verbindingen legt. Ontwerpers zijn in dit verhaal niet alleen makers van oplossingen. Ze zijn richtinggevers – mensen die met durf de impasse van het heden openbreken en de verbeelding aanwakkeren die samenlevingen nodig hebben om verder te komen. 

De 12e editie van 2026 verkent hoe nieuwe economieën opgebouwd kunnen worden. Welke waarden staan centraal wanneer we afscheid nemen van een fossiel, lineair model? Welke kansen ontstaan er in een economie die regionaal wortelt, mondiale risico’s verkleint en publieke belangen vooropzet? Hoe kunnen energie, water, voedsel, infrastructuur en bouwlogistiek samen een nieuw fundament vormen? 

En belangrijk: hoe zorgen ontwerpers dat burgers, bestuurders en bedrijven die verschuiving kunnen begrijpen, voelen en mee vormgeven? De biënnale onderzoekt deze systeemvragen op concrete en tastbare manieren. Met tentoonstellingen, verhalen, prototypes, dialoog, onderzoek en nieuwe tools worden bezoekers uitgenodigd om te zien hoe ontwerp bijdraagt aan een economie die waarde creëert in plaats van uitput. Een economie die publieke waarde verkiest boven private lusten en die dichtbij begint om wereldwijde gevolgen te verkleinen. 

System of Support toont zowel de ondergrondse infrastructuren die het hedendaagse leven bepalen – datastromen, logistieke netwerken, energie backbones – als de alledaagse manieren waarop de toekomst zichtbaar wordt. Denk aan woningen die open-source ontworpen zijn, landschappen die water vasthouden en productieketens die korter, eerlijker en schoner worden. Daarbij werkt de IABR samen met ontwerpers, onderzoekers, denkers, studenten, kennisinstellingen en maatschappelijke partners in binnen- en buitenland. 

Via een nieuwe leerlijn, Money Talks, onderzoeken ontwerpers en financiële experts hoe nieuwe verdienmodellen, materiaalstromen, eigenaarschap en langetermijninvesteringen onderdeel worden van het ontwerpgereedschap van de toekomst. Ontwerp raakt economie en economie raakt iedereen – van havenarbeider tot tech ontwikkelaar, van boer tot stedeling, van beleidsmaker tot bewoner die wil weten hoe zijn leefomgeving verandert. 

De biënnale maakt de complexe systeemvraag behapbaar door lokaliteit en connectiviteit centraal te stellen. Ze laat zien dat dagelijkse keuzes verbonden zijn met wereldwijde dynamieken en infrastructuren. Nieuwe systemen werken alleen wanneer ze begrijpbaar en voelbaar zijn voor iedereen. De gevolgen van droogte voor koffieprijzen, het vastlopen van een containerschip dat wereldhandel lamlegt of de manier waarop materiaalstromen steden vormgeven: het zijn voorbeelden die tonen hoe het alledaagse leven verweven is met mondiale ketens, en hoe ontwerp kan helpen een eerlijke en evenwichtige toekomst voorstelbaar te maken. 

Vanaf 17 september 2026 presenteert de IABR deze verkenningen op een karakteristieke Rotterdamse plek waar denken, maken, onderzoeken en verbeelden samenkomen. Een plek die ruimte biedt aan experiment, ambacht, weerbaarheid en meervoudige waardecreatie. Hier ontstaat een nieuwe blik op de economieën van morgen – geworteld, rechtvaardig en regeneratief. Een economie die aanzet tot handelen, die dichterbij komt, letterlijk en figuurlijk.  

Systems of Support nodigt uit om samen in beweging te komen. Om te zien hoe de toekomst vorm krijgt wanneer we economische systemen opnieuw inrichten, wanneer we loskomen van oude patronen en wanneer we ontwerp opnieuw begrijpen als aanjager van collectieve veranderkracht. Een toekomst waarin nabijheid niet begrenst, maar verbindt. Een toekomst waarin we samen bouwen aan een wereld die al het levende draagt. 

Op uitnodiging van de IABR wordt deze editie samengesteld door hoofdcurator Wouter Veldhuis (voormalig Rijksadviseur, architect, stedenbouwkundige en medeoprichter van MUST), samen met curatoren Carola Hein (hoogleraar geschiedenis van architectuur en stedenbouw, verantwoordelijk) en Martina Muzi (curator, ontwerper en educator). 

Curatoren

  • Wouter Veldhuis, hoofdcurator

    Wouter Veldhuis, hoofdcurator

    Wouter Veldhuis is mede-oprichter van MUST, een interdisciplinair ontwerpbureau met vestigingen in Amsterdam en Köln. Zoekend naar meer rechtvaardigheid werkt hij strategisch aan het hervormen van ruimtelijke verhoudingen en het loslaten van oude patronen die niet langer houdbaar zijn. Wouter zet ontwerp en verbeelding in als een krachtig middel om het voorstellingsvermogen in de samenleving te vergroten en mogelijke toekomsten te verkennen die landschappen en gemeenschappen opnieuw met elkaar in balans te brengen. 

    Tussen 2020 en 2025 heeft Wouter als Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving hard gewerkt aan het doorgronden van de ruimtelijke consequenties van lange termijnopgaven op het raakvlak van ecologie, sociologie en economie. Onder het motto ‘De 22e eeuw begint nu’ liet hij samen met het team van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs tijdens meerdaagse Toekomstateliers zien dat veel van deze grote opgaven vereisen dat er op korte termijn al concrete stappen gezet worden om de beoogde nationale doelen te kunnen halen. Dit heeft geleid tot verschillende adviezen aan de Nederlandse regering op het gebied van economie en ruimtegebruik, energietransitie, klimaatadaptatie en versterking van sociale en ruimtelijke structuren in steden en dorpen. Denk aan: De economie van de toekomst begint bij de delta (2024), De logistiek van morgen begint vandaag (2023) en Bouw in de Buurt (2022).  

    Naast zijn reguliere werkzaamheden is Wouter samen met Simon Franke betrokken bij een langjarige verkenning van de Rechtvaardige Stad. De tussentijdse resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in twee publicaties Verkenning van de Rechtvaardige Stad, stedenbouw en de economisering van de ruimte (2018) en Onderweg naar de Rechtvaardige Stad. Over nabijheid, vertrouwen, wederkerigheid en gemeenschapsvorming (2024). Naar aanleiding van deze publicaties hebben Simon en Wouter samen met Jorn Konijn en Saskia Naafs de succesvolle tentoonstelling De Rechtvaardige Stad in het Amsterdamse Van Eesteren Museum gecureerd. 

    Van 2012 tot 2018 was Wouter Veldhuis hoofd van de Masteropleiding Stedenbouw aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. In deze periode heeft hij nadrukkelijk de maatschappelijke verantwoordelijkheid van stedenbouwkundige en architecten geagendeerd. Het leidende motto voor het onderwijsprogramma was Verankerd Vakmanschap waarin studenten de ruimte kregen om hun ontwerpvaardigheden te trainen en tegelijkertijd toe te passen in complexe maatschappelijke opgaven. Dit heeft onder andere geleid tot een langjarige samenwerking met de Morgan State University in Baltimore. 

    Als lid van de Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling en Stad-Forum heeft Wouter van 2005 tot 2020 de gemeente Amsterdam geadviseerd op talloze ruimtelijke vraagstukken. Met name als trekker van Stad-Forum heeft hij een aantal grotere publieksmanifestaties geïnitieerd over de toekomst van de stad: de Week van het Water in 2013 en In de Ban van de Ring in 2014. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het Masterplan Ruimte voor de Binnenstad (2017) en de driejarige verkenning naar het alledaagse leven in de Amsterdamse regio, samengebracht in de publicatie  Thuis is..zo vertrouwd dat het onzichtbaar is. (2021). 

    Op dit moment is Wouter voorzitter van de EFL Stichting. Dit is een onafhankelijke stichting die enerzijds gericht is op het bewaren en beheren van de archieven, auteursrechten en intellectuele nalatenschap van Cornelis van Eesteren en Theodoor van Lohuizen. Anderzijds stimuleert de stichting via subsidies de ontwikkeling van stedenbouw, planologie en landschapsarchitectuur in de geest van de naamgevers. Daarnaast is Wouter lid van de Adviescommissie voor de financiering van concrete projecten binnen het samenwerkingsprogramma Groen Groeit Mee in de Provincie Utrecht. 

    Met MUST heeft Wouter talloze projecten gerealiseerd, vooral gericht op binnenstedelijke transformatie en verdichting. Daarnaast is MUST altijd bezig met het verkennen en formuleren van ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Dit begon al in 1998 met de organisatie van de manifestatie Groundcontrol, een driejarig programma voor pas afgestudeerde stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten in Europa, op zoek naar eigentijdse maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken. De resultaten zijn onder andere gepubliceerd in het boek Euroscapes (2003). Wouter heeft zelf jarenlang samen met Ivan Nio het gat te dichten tussen de planmatige vernieuwing van de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden en de leefwereld van de bewoners in deze Wederopbouwwijken. De bevindingen zijn onder andere vastgelegd in de Atlas van de Westelijke Tuinsteden (2008) en Nieuw-West: Parkstad of Stadswijk (2016). Daarnaast heeft Wouter jarenlang onderzoek gedaan naar de ruimtelijke kwaliteit van Nederlandse Snelwegen (Atlas van de Snelwegomgeving) en is nauw betrokken geweest bij de verkenning van de ruimtelijke impact van de Romeinse geschiedenis in Nederland (Limes Atlas).  

    De eerste ervaring met tentoonstellingen heeft Wouter opgedaan met zijn bijdrage aan de tentoonstelling Hybrid Landscapes in het Nederlands Paviljoen van de Architectuur Biennale in Venetie in 2004. Daarna heeft Wouter meerdere malen bijdragen geleverd aan de IABR. De grootste bijdrage was het ontwerpend onderzoek naar een inclusief en gezond Utrecht in het kader van de IABR2016: The Next Economy. 

  • Carola Hein, curator

    Carola Hein, curator

    Professor en hoofd van de leerstoel History of Architecture and Urban Planning aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Daarnaast is zij Professor of Water, Ports and Historic Cities aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden, UNESCO Chair Water, Ports and Historic Cities, en directeur van het Leiden-Delft-Erasmus (LDE) PortCityFutures Centre.

    Zij publiceert veel over de geschiedenis van architectuur, stedenbouw en planning, en verbindt deze historische inzichten steeds met actuele opgaven. Ze ontving diverse grote subsidies, onder meer van NWO, de Volkswagen Foundation en de Europese Unie (Horizon, Interreg). Ook kreeg zij prestigieuze individuele beurzen, zoals een Guggenheim Fellowship, een Alexander von Humboldt Fellowship en een Volkswagen Foundation-subsidie voor de digitale-humanitiesprojecten ArchiMediaL en Time Travel. In 2020 ontving zij de Sarton Medal voor haar bijdrage aan de geschiedenis van de wetenschap. Haar werk richt zich op langetermijnontwikkelingen, multiscale- en multistakeholderbenaderingen en pleit voor cultuur- en waardegedreven methoden. Ze doet onderzoek naar onder meer hoofdstadvorming, rampen en wederopbouw, de verspreiding van architectonische en stedelijke ideeën, water en erfgoed, havensteden en de wereldwijde architectuur van olie.

    In haar boek Port Cities: Dynamic Landscapes and Global Networks (2011) introduceerde zij het concept van de PortCityScape: de ruimtelijke impact van haven-gerelateerde stromen op steden en regio’s. In het decennium daarna zette zij dit onderzoek voort door grondstofstromen en langetermijnontwikkelingen in havenstedelijke gebieden in kaart te brengen. Het samen geschreven Port City Atlas: Mapping European Port City Territories (2023) introduceert het begrip ‘port city territories’ en toont een geharmoniseerde cartografie van 100 Europese havenstedelijke regio’s.

    Sinds haar benoeming aan de TU Delft in 2014 verbindt zij haar onderzoek naar havensteden met de GIS-traditie van de leerstoel. In het artikel Oil Spaces: The Global Petroleumscape in the Rotterdam/The Hague Area (2018) laat zij de nauwe relatie tussen water en olie zien. Het door haar geredigeerde boek Oil Spaces: Exploring the Global Petroleumscape (2021) onderzoekt deze verwevenheid verder, met speciale aandacht voor scheepvaart, infrastructuur en havens.

    Haar interesse in water en erfgoed blijkt ook uit Adaptive Strategies for Water Heritage (2020) en het mede geredigeerde Urbanisation of the Sea (2020). Daarnaast stelde zij The Routledge Planning History Handbook (2018) samen, bekroond met de IPHS Special Book Prize.

    Zij is president van de International Planning History Society (IPHS) en voormalig president van het Global Urban History Project. Verder is zij IPHS-editor voor Planning Perspectives, editor van het European Journal of Creative Practices in Cities and Landscapes, en Asia book review editor voor het Journal of Urban History. Zij redigeert de Connexions-sectie van Planning Perspectives, is co-editor van CPCL en hoofdredacteur van Blue Papers, een open-access peer-reviewed tijdschrift over water, cultuur, erfgoed en duurzame ontwikkeling.

    Haar (mede)geredigeerde boeken en monografieën omvatten onder meer: Hustle and Bustle of Port Cities (2025), Port City Atlas (2023), Oil Spaces (2021), Urbanisation of the Sea (2020), Adaptive Strategies for Water Heritage (2020), The Routledge Planning History Handbook (2018), Uzō Nishiyama, Reflections on Urban, Regional and National Space (2017), History, Urbanism, Resilience (2016), Port Cities (2011), Brussels: Perspectives on a European Capital (2007), European Brussels (2006), The Capital of Europe (2004), Rebuilding Urban Japan after 1945 (2003), Cities, Autonomy and Decentralisation in Japan (2006) en Hauptstadt Berlin 1957-58 (1991).

  • Martina Muzi, curator

    Martina Muzi, curator

    Martina Muzi is ontwerpster, curator en docent. Ze onderzoekt de rol van design binnen de complexe netwerken van materiële logistiek, geopolitieke culturen en sociale structuren, met een bijzondere focus op hoe ontwerppraktijken onderliggende systemen blootleggen en ter discussie stellen. Haar werk is internationaal tentoongesteld op de architectuur biënnale van Venetië, in het Vitra Design Museum, op de biënnale van Istanbul, in het MAAT Museum, Lissabon en in het M+ Museum of Visual Culture in Hong Kong.

    Martina is momenteel werkzaam als curator van Design Signals bij FABER in Timișoara, Roemenië, een programma dat zich richt op ontwerpend onderzoek. Daarbij worden ontwerpers uitgenodigd om verschillende media, technieken, vaardigheden en talen toe te passen om de verborgen verhalen en onbenutte bronnen binnen het Roemeense industriële ecosysteem te verkennen. Sinds 2024 werkt ze samen met MAXXI, het Nationaal Museum voor Kunst en Architectuur van de 21e Eeuw in Rome, waar ze het meerjarige project ENTRATE cureert, een programma dat de entreehal van het museum heroverweegt als een openbare plek voor interactie tussen het publiek en design door middel van het werk van uitgenodigde designers.

    Muzi leidt het BA-programma Studio Technogeographies aan de Design Academy Eindhoven en is curator van het GEO—DESIGN-tentoonstellingsplatform in het Van Abbemuseum, Eindhoven, nu een digitaal platform, waar design nieuwe perspectieven op mondiale en technologische ontwikkelingen verkent aan de hand van hedendaagse onderzoeksthema’s.