IABR-

Fernando de Mello Franco is wethouder van Stadsontwikkeling van São Paulo, Brazilie.

De Mello Franco is een van de oprichters en partners van MMBB Arquitetos in São Paulo en curator van het Instito Urbem, en was onder meer visiting professor in Harvard. Hij heeft een sterke band met de IABR. In 2007 won hij de Biennale Award met het project Watery Voids. Tijdens de 4e IABR, in 2009, was hij als ontwerper betrokken bij het project in de favela Paraisópolis, dat de IABR samen met SEHAB, de Dienst Stedenbouw van São Paulo, heeft opgezet.
Fernando de Mello Franco was lid van het internationaal Curator Team van de 5e IABR: Making City, en als zodanig was hij de Ateliermeester van het Atelier São Paulo, opnieuw een samenwerking van de IABR met SEHAB.
De Mello was wethouder Stedelijke Ontwikkeling van de stad São Paulo van 2013 tot en met 2016, en daarna onder meer directeur van URBEM (Instituto de Urbanismo e Estudos para a Metrópole).

Onderzoeker en assistent professor, Istanbul Bilgi University, faculteit Communicatie
Asu Aksoy heeft onderzoek gedaan aan Britse en Turkse universiteiten naar stedelijke en culturele transformaties, met name naar migratie en globalisering, en naar bestaand en toekomstig beleid op deze gebieden. Met publicaties, presentaties en lezingen heeft ze in Turkije en daarbuiten de invloed van wereldwijde migratiestromen op het culturele kapitaal van steden in West-Europa geagendeerd. Daarnaast heeft ze geschreven over de transformatie van Istanbul in de context van de globalisering. Ook leidde Aksoy een project over de culturele economie van Istanbul dat aanbevelingen deed voor een agenda voor de creatieve stad. Aksoy was een van de oprichters van Santralistanbul, een internationaal kunst- en cultuurcentrum, dat tot stand kwam onder auspiciën van Istanbul Bilgi University.

Henk Ovink is in 2015 benoemd tot Nederlands eerste Watergezant.
Daarvoor was hij senior advisor van de Amerikaanse Minister Shaun Donovan van HUD (Housing and Urban Development) in diens rol als voorzitter van de Hurricane Sandy Rebuilding Task Force.
Ovink was onder meer verantwoordelijk voor de lange termijn planningsstrategie en de succesvolle ontwerpwedstrijd Rebuild By Design.

Ovink was tot zijn aanstelling bij de Task Force zowel directeur-generaal Ruimte en Water als directeur Nationale Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in Nederland. Als directeur-generaal was hij verantwoordelijk voor het nationale beleid en de nationale wetgeving, de lange termijnstrategie en de investeringen, programma's en projecten voor water en ruimtelijke ordening in Nederland.

Henk Ovink is lid van het bestuur van het Berlage Instituut, de UK School of Design, de TU-Delft faculteit Bouwkunde en de Master City Developer Rotterdam. Hij heeft het onderzoeksprogramma Design & Politics geïnitieerd met de bijbehorende hoogleraarspositie Design & Politics aan de TU Delft en een reeks publicaties met 010 Publishers, 'Ontwerp en Politiek'. Ovink werkt samen met en participeert in het onderzoeksprogramma Urban Age binnen het Cities Program van de LSE. Hij geeft lezingen en publiceert over de verandering van de overheid, het bestuur en de planning, alsmede over de specifieke relatie tussen ontwerp en politiek.

George Brugmans is sinds 2004 algemeen directeur en sinds 2014 bestuurder-directeur van de IABR. Hij was ook de voorzitter van het Curator Team van de 5e IABR: Making City (2012) en is hoofdcurator van de 5e IABR DOWN TO EARTH (2020).
Daarnaast is hij bestuurder-directeur van iabr/UP waar de IABR haar onderzoeksprojecten in onder brengt, en lid van de internationale Advisory Board van Water as Leverage for Resilient Cities: Asia.

Voordat hij directeur werd van de IABR was Brugmans internationaal actief in de kunsten en media.
Hij is oprichter en eigenaar van Amago, een onafhankelijke film en media producent, die films van onder meer Oscar-winnaar Mike Figgis, Jos de Putter, Klaartje Quirijns en Rob Schröder (co)produceerde.
Tot 2004 was hij was eindredacteur bij de VPRO, onder meer van de programma’s Laat op de Avond na een Korte Wandeling, Zeeman met Boeken en DNW – Rooksignalen uit de Nieuwe Wereld en als zodanig verantwoordelijk voor de productie van ruim 200 documentaires, waarvan hij er dertien ook zelf regisseerde. Ook was hij een van de oprichters van het TV-programma Tegenlicht.
Als voorzitter en directielid van Bergen, de film en theater producent, was hij één van de producenten van Antonia’s Line – Academy Award® (Oscar®) for Best Foreign Film (1995).
Hij was (co)auteur van verschillende scenario’s, onder andere van de speelfilms De Wisselwachter (Jos Stelling,1986), en De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995).

Voordat hij in de film werkte, was Brugmans internationaal actief in de podiumkunsten. Hij was onder meer medeoprichter en eerste directeur van het Springdance Festival in Utrecht (1986-1992), artistiek directeur van Sommerszene Salzburg, Oostenrijk (1990-1992), en medeoprichter en artistiek directeur van het Encontros Acarte Festival in Lissabon, Portugal (1987-1990).
Hij schreef het libretto van de opera Fausto (Salzburg, Oostenrijk, 1992). Hij was gastcurator van het Polverigi Festival (Ancona, Italie, 1989), curator van de video tentoonstelling Alma e Corpo (Porto, Portugal, 1993), curator van het Canada Dance Film Festival (Ottawa, Canada, 1994), en gast curator van het Master programma van de Design Academy Eindhoven (2004).

Brugmans (historicus, Rijksuniversiteit Utrecht en de University of Florida) publiceerde artikelen over o.a. internationaal cultuurbeleid en over de rol van het ontwerp, en uitgever/eindredacteur van verschillende publicaties waaronder Making City (2012), Urban by Nature (2014), The Metabolism of Albania (2015), The Next Economy (2016) en The Missing Link (2018).
Brugmans was onder meer lid van het Committee of Cultural Consultants van de Europese Commissie in Brussel (1988), voorzitter van de commissie Internationaal Cultuur Beleid van de Raad voor Cultuur (2004 - 2007), en vicevoorzitter van het bestuur van de Amsterdamse Kunstraad (2003 - 2009).

Joachim Declerck (1979) is ingenieur-architect, en oprichter en partner van Architecture Workroom Brussels (AWB)— Europese denk-en-doe-tank voor innovatie op vlak van architectuur, stedelijke en territoriale ontwikkeling. Hij is sinds 2014 gastprofessor aan de Universiteit Gent (BE). De rode draad in zijn werkzaamheden is de inzet van ontwerp en ruimtelijke ontwikkeling als hefbomen voor het realiseren van belangrijke maatschappelijke transities.
Declerck studeerde af aan de Universiteit Gent (België). Later volgde hij de internationale postdoctoraal opleiding aan het Berlage Institute in Rotterdam. Hij bleef van 2005 tot 2010 verbonden aan dit instituut, vanaf 2008 leidde hij er het professionele onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma. Hij was namens het Berlage Instituut co‐curator van de 3e IABR, Power – Producing the Contemporary City (2007), en van de tentoonstelling A Vision for Brussels – Imagining the Capital of Europe (2007).
Sinds zijn oprichting in 2010 maakt Architecture Workroom Brussels als initiator, mediator en platform de ruimte en condities voor vernieuwende architectuur en voor ontwerpend onderzoek. AWB bestaat uit een team van tien architect-onderzoekers en wordt geleid door drie partners: Roeland Dudal, Els Vervloesem en Joachim Declerck. De langere strategische werklijnen van AWB richten zich onder meer op visionaire woningbouw, productieve landschappen, zorgzame buurten en de productieve stad. Als platform voor ontwerpend onderzoek en kennisdeling draagt AWB bij aan het brede maatschappelijke debat, aan de professionele praktijk en kennisontwikkeling, en aan de vernieuwing van stadsontwikkeling en beleid.
In 2010 was Declerck curator van de tentoonstelling Bouwen voor Brussel – Architectuur en Stedelijke Transformatie in Europa (2010). Hij was lid van het curatorteam van de 5e IABR, Making City (2012) en van het Belgisch paviljoen op de 13e architectuur biënnale van Venetië, getiteld The Ambition of the Territory (2012), en als Ateliermeester betrokken bij verschillende IABR–Ateliers.

ZUS [Zones Urbaines Sensibles] investigates the contemporary urban landscape on every possible scale by means of solicited and unsolicited designs. The output of the office ranges from political research to urban planning and from landscape design to architecture. ZUS works with a belief that everything and every place has the potential to become unique and thrilling. A spatial intervention should therefore always be inspired by the specific qualities of the site or its context.

ZUS [Zones Urbaines Sensibles] was founded in Rotterdam by Elma van Boxel (1975) and Kristian Koreman (1978) in 2001. In 2007 they received the prestigious Rotterdam Maaskant Prize for Young Architects and published their first book: Re-Public: towards a new spatial politics. Despite their young age they have already had the honor to be selected as curators for the 5th International Architecture Biennale Rotterdam and the first BMW Guggenheim Lab team in New York. In 2012 ZUS was selected as ‘Architect of the Year’ in the category small offices.Their work has been widely exhibited in a.o. the Venice Biennale, the Design Biennale Istanbul, the Architecture Biennale in Sao Paolo and the International Architecture Biennale Rotterdam. They hold teaching positions at various design schools including the CAFA school of architecture in Beijing and INSIDE at the Royal Academy of Arts in The Hague.

Van Boxel and Koreman head an international and multi-disciplinary team consisting of architects, urban planners, landscape architects, a graphic designer and a cultural economist. A professional design team is selected for each specific project.The list of ambitious projects ZUS is working on is expanding rapidly. In the field of landscape architecture ZUS has realized designs like Printemps à Grand Bigard in Brussels, the Central Park of the World Expo 2010 and the landscape of the Dutch Pavilion in Shanghai.ZUS designs large scale urban plans, such as Almere Duin –a coastal neighborhood containing 2650 houses, currently under construction– and A2 Maastricht –a city-wide infrastructural redevelopment plan which was designed jointly with the the Royal BAM, largest contractor in the Netherlands. Recently ZUS was asked to draw up the new master plan for the Futian District in Shenzen.
The Schieblock is the successful redevelopment of an abandoned office building in the center of Rotterdam. The project garnered attention for the fact that ZUS wasn’t only involved as architect but also as initiator, developer and real-estate agent. In 2012 the project was shortlisted for AM NAi prize and was awarded the Job Dura encouragement award. Currently ZUS, in partnership with the IABR and others, is occupied with the execution of Test Site Rotterdam: a complex urban renewal project which aims to redefine the current approach to city development. The multi-million dollar project is underway with the Luchtsingel (a crowd-funded pedestrian sky bridge), Europe’s largest rooftop farm (which was awarded the 2012 Green Building Jury Award) and a city park of 5.000 m2.

Maarten Hajer (1962, Groningen) is internationaal bekend als politicoloog en planoloog. Hij was tot voor kort directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving en is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Utrecht.

Hajer studeerde in de jaren tachtig cum laude af in zowel de Politicologie als de Planologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1993 in ‘Politics’ aan de Universiteit van Oxford, waar hij werkte met de geograaf David Harvey. In de jaren negentig was hij als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Leiden en aan de Ludwig-Maximilians Universiteit in München, waar hij samenwerkte met de socioloog Ulrich Beck. Daarna was hij Senior Researcher bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Sinds 1998 is hij hoogleraar Beleid & Bestuur aan de Universiteit van Amsterdam.

In 2008 werd Hajer door het Kabinet benoemd tot directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het PBL is verantwoordelijk voor de strategische advisering van Kabinet en Kamer, het maken van wetenschappelijke assessments, toekomstverkenningen en optiedocumenten voor vraagstukken op het brede gebied van de leefomgeving (milieu, natuur, ruimte, water, mobiliteit). Het PBL is daarnaast actief voor internationale organisaties zoals de Europese Commissie, de OECD en UNEP.

Hajer vervulde tal van maatschappelijke functies. Zo was hij lid van de VROM-raad en als zodanig verantwoordelijk voor het rapport De Hype voorbij – klimaatverandering als structureel ruimtelijk vraagstuk (2007). In 2000 maakte hij deel uit van de commissie Witteveen die werkte aan een nieuw beginselprogramma voor de PvdA. Hij was columnist voor Het Parool en de Staatscourant, en jurylid voor onder meer de Internationale Spinoza Prijs voor Filosofie, de EO Weijersprijsvraag voor landschapsarchitectuur en EUROPAN 9, de Europese prijs voor architecten jonger dan 35 jaar. Ook was hij bestuurslid van de Amsterdamse Kunstraad en de Van Eesteren, Fluck van Lohuizen Stichting (EFL).

Op dit moment is Hajer onder meer bestuurslid van de Rotterdam Maaskant Architectuurprijs en lid van het UNEP Resource Panel dat zich bezighoudt met strategische vragen rond de uitputting van hulpbronnen, loskoppeling van economie en milieubelasting en ‘resource-efficiency’.

Als wetenschapper publiceerde Hajer vele boeken en artikelen. Zijn meest recente boeken zijn het in het kader van IABR–2014– geschreven Slimme Steden: De opgave voor de 21e-eeuwse stedenbouw in beeld (nai010 uitgevers/PBL, Rotterdam 2014, samen met Ton Dassen) en Sterke verhalen – hoe Nederland de planologie opnieuw uitvindt (Uitgeverij 010 Rotterdam 2010, auteur en redactie samen met Jantine Grijzen en Susan van ‘t Klooster).
Andere bekende boekpublicaties zijn The Politics of Environmental Discourse (Oxford 1995); Op zoek naar nieuw publiek domein (Rotterdam 2001, samen met Arnold Reijndorp); en Authoritative Governance: Policy Making in the Age of Mediatization (Oxford 2009).
Binnen PBL–verband schreef Maarten Hajer in 2011 het essay De Energieke Samenleving waarin hij zijn deskundigheid verbindt met de kennis van het PBL.

Kees Christiaanse is an architect and urban planner from the Netherlands. He is the founding partner of internationally celebrated KCAP Architects&Planners. With offices in Rotterdam, Shanghai and Zurich, KCAP works on architectural and urban design projects throughout Europe and Asia.

Next to his activities as architect, Kees Christiaanse was the Curator of the 4th International Architecture Biennale Rotterdam in 2009 entitled "Open City: Designing Coexistence" and is since 2010 program leader of the Future Cities Laboratory (FCL) in Singapore. He is a proponent of the idea of "open city" and "mixed communities" as a way of counteracting the ongoing move toward gated communities. Christiaanse believes that architecture and urban design should promote interactions among citizens rather than isolation.
Since 2003, he is the Chair of Architecture and Urbanism at ETH, Zurich, from 1996 – 2003 he has taught at the Technical University of Berlin and had visiting professorships at various universities among which the London School of Economics and the Berlage Institute in Rotterdam. Just recently he was appointed Chairperson of the External Advisory Board of the Architecture and Design Department of the Singapore University of Technology and Design.

Between 1980 and 1989, Christiaanse worked for the Office of Metropolitan Architecture, becoming a partner in 1983. He studied architecture at the Delft University of Technology.

Rianne Makkink and Jurgen Bey
Studio Makkink & Bey

The Dutch design collaborative Studio Makkink & Bey, led by designer–architect Rianne Makkink (1964) and designer Jurgen Bey (1965) is based in Rotterdam in the M4H area. Supported by a diverse design team, they have been operating their design practice since 2002. The studio's various projects include interior design, product design, public space projects, architecture, exhibition & shop window design, research projects and applied arts. Designs of Studio Makkink & Bey have been awarded with numerous national and international prizes.

Makkink & Bey hold that urban planning, architecture and landscape architecture are inextricably linked with product design. The light bulb has influenced architecture, the constructed house has shaped the household interior and skyscrapers could never have existed without the elevator. In more than 400 projects, commissioned by museums, galleries, art institutions, government organizations, companies and private commissioners, as well as in many lectures, they have stated their belief in a design vision in which the form of a design follows from its context. In their opinion, connecting existing elements within the context of a project is like stringing beads.

Lately, they are heavily involved in 'the Water School,' a self-initiated project of Studio Makkink & Bey that was first presented in 2018, at the International Architecture Biennale Rotterdam. it is a speculative school, designed and organized around water as an essential, material, matter, subject, social, economic and political phenomenon. It proposes the rethinking of the economic and infrastructural model of education. Water School has been displayed in working exhibitions around the globe, building a curriculum for the subjects to be taught (education) and constructing all spaces needed separately (architecture) along the way. The M4H area will be a testing ground for the Water School in the future.

Makkink & Bey’s interiors, products, furniture, and interventions in public space are often produced in collaboration with other architects or designers such as Rem Koolhaas, MVRDV, Kessels Kramer, companies such as Vitra, Prooff, Droog Design and Moooi, and other professionals. Their work has been presented in several museums and is part of the collection, amongst others, of the Centre Pompidou in Paris, FNAC in Paris, the V&A in London, The Indianapolis Museum of Art in the USA, Musée des Beaux-Arts Montreal in Canada, Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, the Centraal Museum in Utrecht. Clients include commercial and private parties such as Spring Studio's London and New York, Vitra and Hermes, governmental and cultural institutions, fashion designers such as Jean Paul Gaultier, and galleries such as Contrast Gallery in Shanghai.

Rianne Makkink has been teaching at several universities and academies within the field of architecture and design, amongst others at University of Ghent, the Design Academy Eindhoven, Art Academy Linz and Technical University Delft.
Jurgen Bey has been one of the most influential Dutch designers of the last three decades, his TreeTrunkBench, Cocoon furniture and Earchair now have an iconic value in the world of design. He is also the director of the Sandberg Institute in Amsterdam, and the Master of Art and Design of the Rietveld Arts Academy, also in Amsterdam.

Both Makkink and Bey are heavily involved in education to pass on their design strategy that strives at expanding the role of the designer-architect and take it to the most strategic position possible.